start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (152)
adel (5)
afscheid (141)
algemeen (71)
bedankt (45)
biologie (3)
dieren (101)
discriminatie (47)
drank (14)
economie (22)
eenzaamheid (153)
emoties (223)
erotiek (8)
ex-liefde (35)
familie (77)
feest (28)
film (21)
filosofie (68)
fotografie (7)
geboorte (9)
geld (31)
geschiedenis (8)
geweld (29)
haiku (11)
heelal (7)
hobby (20)
humor (280)
huwelijk (10)
idool (35)
individu (130)
internet (28)
jaargetijden (33)
kerstmis (36)
kinderen (79)
koningshuis (24)
kunst (39)
landschap (7)
lichaam (49)
liefde (203)
literatuur (69)
maatschappij (166)
mannen (18)
milieu (9)
misdaad (52)
moederdag (5)
moraal (64)
muziek (135)
natuur (104)
oorlog (43)
ouderen (58)
ouders (18)
overig (32)
overlijden (50)
partner (4)
pesten (10)
planten (13)
poesiealbum (1)
politiek (86)
psychologie (117)
rampen (24)
reizen (27)
religie (94)
schilderkunst (25)
school (23)
sinterklaas (3)
sms (1)
songtekst (1)
spijt (28)
sport (52)
sterkte (6)
taal (39)
tijd (44)
toneel (5)
vakantie (26)
valentijn (1)
verdriet (97)
verhuizen (3)
verjaardag (13)
verkeer (18)
voedsel (23)
vriendschap (81)
vrijheid (46)
vrouwen (38)
welzijn (69)
wereld (43)
werk (77)
wetenschap (15)
woede (72)
woonoord (65)
ziekte (134)

categorie: idool

< vorige | alles | volgende >

Laatst toegevoegde hartenkreet (nr. 35):

Twee lofgedichten voor Adolf Hitler

(voor Agnes Miegel (1879 - 1964))

Je bent geboren op 9 maart 1879 in Königsberg, wat in januari 1255 in het dorpje Twangste is gesticht. De ridders van de Duitse Orde bouwden er een houten fort en twee jaar later een stenen burcht. Koning Ottokar II van Bohemen bekostigde de onderneming. Ottokar's tweede vrouw was Cunigonde van Slavonië (1245 - 1285), met wie hij drie kinderen kreeg. Jouw vader was de koopman Gustav Adolf Miegel en jouw moeder was Helene Hofer. Je kwam uit een protestantse familie. Je ging naar de Hogere Meisjesschool in Königsberg en van 1894 tot 1896 woonde je in een pension in Weimar. Daar begon je gedichten te schrijven.

In 1898 woonde je drie maanden in Parijs. In 1900 was je in een kinderziekenhuis in Berlijn, waar je een opleiding tot verpleegster volgde. In 1901 verscheen jouw dichtbundeldebuut 'Gedichte' bij Cotta in Stuttgart, die is bekostigd door de schrijver/dichter Börries Freiherr von Münchhausen, die een grote promotor van jouw werk bleef. Van 1902 tot 1904 werkte je als leidster in een meisjesinternaat in Bristol. In 1904 volgde je in Berlijn een opleiding tot lerares, wat je vanwege een ziekte moest afbreken. Je ging ook naar een landbouwschool in München, wat je ook niet kon voltooien.

In 1906 moest je naar Königsberg terug om voor jouw zieke ouders te zorgen. Jouw vader was blind geworden. In 1907 verscheen 'Balladen und Lieder' bij Eugen Diederichs in Jena. In 1907 verscheen jouw beroemdste gedicht 'Die Frauen von Nidden', waarin zeven vrouwen, die de pest van 1603 of 1709 hebben overleefd, zichzelf levend laten begraven door de wandelende duinen nabij Nidden, wat nu Nida is. In 1913 overleed jouw moeder. In 1916 ontving jij de Kleist-prijs. In 1917 overleed jouw vader.

Je schreef ook voor kranten en tijdschriften. Jouw verhalen over Oost-Pruisen waren het meest geliefd. In 1920 verscheen 'Gedichte und Spiele'. In 1924 werd je eredoctor aan de Albertina-universiteit in Königsberg. In 1925 verscheen 'Heimat: Lieder und Balladen'. In 1933 werd je lid van de schrijverssectie van de Akademie der Künste in Berlijn, samen met nazi's als de toneelschrijver/SS-er Hanns Johst, die in 1933 'Schlageter' publiceerde, opgedragen aan Adolf Hitler. Het gaat over de geëxecuteerde strijder Albert Leo Schlageter (1894 - 1923), die door de nazi's als een martelaar werd beschouwd. Hitler was erg enthousiast.

Je ondertekende een belofte van trouwste gehoorzaamheid aan Hitler en je ontving diverse prijzen van het nazi-regime, zoals in 1936 de Johann Gottfried von Herder Preis, in 1939 het Gouden Ereteken van de Hitlerjugend en in 1940 de Goethepreis. Hitler en Goebbels vonden jou één van de zes grootste, Duitse schrijvers. In 1940 publiceerde je vier boeken en in 1944 'Mein Bernsteinland und meine Stadt'. Je schreef over nazistische thema's en zelfs twee odes voor Hitler, waarvan er één in jouw bundel 'Ostland' uit 1940 stond. Je schreef ook een ode voor de nazi-leidster Gertrud Scholtz. Na de oorlog zei je over jouw houding in de nazitijd: 'Dies habe ich mit meinen Gott alleine abzumachen und mit niemand sonst', wat natuurlijk een deel van de waarheid is.

Tot in 1945 woonde je in Königsberg. In februari 1945 vluchtte je met jouw vriend, de dichter Walter Scheffler en zijn vriendin/vrouw Erna Klein voor de oprukkende Russen. Jullie gingen naar Denemarken. Van 5 mei 1945 tot november 1946 zat je in een interneringskamp nabij Oksbol. Börries pleegde op 16 maart 1945 in zijn kasteel Windischleuba zelfdoding, omdat zijn vrouw op 16 januari 1945 was overleden. Hij werd 70 jaar. Tot 1948 verbleef je bij de familie van Börries in Apelern. Daarna woonde en werkte je in een huis in Bad Nenndorf, waar je samen met jouw geadopteerde dochter Elise woonde. Je mocht pas in 1949 weer publiceren en in 1949 verschenen de dichtbundel 'Du aber bleibst in mir' en de verhalenbundel 'Die Blume der Götter'.

Je schreef nog vooral over Oost-Pruisen, het voorgoed verloren land van jouw jeugd. Jouw bewonderaars noemden jou 'Mutter Ostpreussen'. Je overleed op 26 oktober 1964 in een ziekenhuis in Bad Salzuflen. Je werd 85 jaar. Tot februari 2015 stond er in Bad Nenndorf een mooi standbeeld van jou. Je werd opeens weer te omstreden voor zoveel zichtbare lof.

Schrijver: Joanan Rutgers, 15-05-2019


Deze inzending is 155 keer bekeken

Er is nog niet op deze inzending gestemd.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)